The last mile

DRONE EN APP HELPEN

The last mile

Het grootste probleem voor verafgelegen gebieden in arme landen lijkt te worden opgelost. Waar mensen vroeger een dag moesten lopen om bij een dokter of apotheek te komen, worden nu geavanceerde technieken ingezet om gezondheid te brengen.

tekst: Menno Bosma fotografie: Niek van Tiem

Twee voorbeelden

Op een paar hardnekkige kwalen na, zoals dengue en de ziekte van Chagas, is vandaag tegen elke veel voorkomende ziekte een medicijn of behandeling beschikbaar. Helaas wonen de armste en ziekste mensen ter wereld in de meest afgelegen gebieden, waar klinieken, gezondheidswerkers en apotheken dun gezaaid zijn. Hoe los je dit probleem van ‘the last mile’ op? Technologie zoals drones die medicijnen bezorgen en e-health die zorgvragers en zorgverleners met elkaar verbindt, kan daar een belangrijke rol in spelen. Maar technologie alleen is niet genoeg.

#1 Medische koeriers met een propeller

Zipline in Silicon Valley adverteert met ‘de snelste commerciële bezorgdrone ter wereld’. Het ding haalt 128 kilometer per uur, heeft een actieradius van 160 kilometer en kan pakketjes tot 1,75 kilo vervoeren. De drone is speciaal gemaakt voor het transport van bloed en medicijnen. Zipline’s missie is levensreddende geneesmiddelen naar de slechtst bereikbare plekken op aarde brengen. Duizenden leveringen hebben drones van Zipline inmiddels verricht. Door een speciaal afhandelingssysteem kan een vlucht al binnen een minuut na de ontvangst van de order van start gaan. Sinds twee jaar leveren vijftien drones van Zipline in Rwanda bloed, plasma en bloedplaatjes aan afgelegen klinieken. Er zijn plannen voor noodleveringen van bloed, vaccins en medicijnen in Tanzania en in de VS. Bij Zipline werken oud-werknemers van Boeing en NASA. 

#2 Een chat-app in India

Vanuit je huis binnen dertig minuten in contact komen met een specialist, medicijnen bestellen of een laboratoriumtest aanvragen: dat kan allemaal met de Indiase chat-app DocsApp. Dit e-healthplatform in Bengaluru (voorheen Bangalore) ging in 2015 van start en bedient vooral mensen in middelgrote steden. Bij DocsApp zijn ruim 3.000 artsen aangesloten. Bewoners kunnen hen via de chat-app advies vragen over somatische aandoeningen, maar ook over psychische en seksuele problemen. Dat kan in het Engels en in het Hindi. De artsen, die negentien specialismen vertegenwoordigen, kun je ook een second opinion vragen. Het startkapitaal van DocsApp kwam onder meer van Facebook investeerdeers Anand Rajaraman en Venky Harinarayan. DocsApp verwacht dat het dagelijkse aantal consultaties eind dit jaar de 10.000 overschrijdt.

Het probleem is medicijnen te krijgen waar ze nodig zijn

Armen wonen vaak geïsoleerd en worden veel met ziekte geconfronteerd

Armen moeten ook een sociale afstand overbruggen

LONGREAD 4 MIN

TECHNOLOGIE ALS REDDINGSBOEI

Life-line naar zorg

De kloof tussen haves en havenots kan kleiner worden gemaakt als zieken het juiste consult krijgen en medicijnen de armen bereiken. Door te investeren in technologie en in gezondheidswerkers. De problemen zijn niet onoplosbaar, betoogt dit Dif Report.

Een medewerker ontvangt via WhatsApp een order. Hij pakt de gevraagde spullen uit de schappen, doet ze in een schokvrije verpakking en stopt die samen met een mini-parachute in de laadruimte van de drone. Hij plaatst de drone op een schuin omhoog stekende stellage, drukt op een knop en lanceert hem. Een half uur later lost de drone zijn pakketje. Dwarrelend aan de mini-parachute landen de broodnodige medicijnen bij de afgelegen gezondheidspost.

Dit is geen toekomstbeeld maar gangbare praktijk. In Rwanda en Kenia worden zo bloedproducten, medicijnen en hulpmiddelen bezorgd, maar ook in Canada en de VS. De overeenkomst tussen al die landen is dat er veel mensen wonen op plekken waar auto’s, vliegtuigen en andere vervoermiddelen niet of slecht kunnen komen en daar weinig medische voorzieningen in de buurt zijn. Hulp langs gangbare wegen komt te vaak te laat. 

Het gaat niet alleen om noodsituaties als rampen of ongelukken. Driekwart van ’s werelds armen woont in afgelegen gebieden. Zij worden relatief het meest met ziekte geconfronteerd en hebben tegelijkertijd de minste gezondheidswerkers en medische voorzieningen om zich heen. Goed behandelbare aandoeningen als diarree of niet per se fatale gebeurtenissen als bevallingen eisen daardoor een onevenredig grote tol. Een life-line naar zorg (bloed, medicijnen, hulpmiddelen) vormt voor de mensen die daar wonen vaak het verschil tussen leven en dood.

A en AAQ

Het overbruggen van ‘the last mile’, zo wordt dit probleem genoemd. Bij de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) valt het onder accessibility (toegang). Samen met availability (beschikbaarheid), affordability (betaalbaarheid) en quality (kwaliteit) rekent de WHO dit tot goede zorg. Availability is bij de meeste veel voorkomende ziektes, dengue en de ziekte van Chagas uitgezonderd, het probleem niet meer: de remedies zijn er. Het gaat erom ze  bijtijds bij de mensen te krijgen die ze nodig hebben.

Behalve om toegang tot medicijnen en hulpmiddelen draait het om toegang tot advies. Denk aan een arts die op afstand een diagnose stelt, ondersteund door digitaal aangeleverde data, zoals temperatuur, bloeddruk en hartslag van de patiënt. Of een chat-app waarmee afgelegen wonende mensen hun medische klachten snel aan specialisten kunnen voorleggen. In India heeft DocsApp (zie kader) op die manier al meer dan een miljoen consulten verzorgd.

Achterstand inlopen

Zowel leveranciers als ontvangers van zulke vormen van e-health sturen juichende berichten de wereld in. Technologie lijkt zo de reddingsboei voor de meest zorgbehoevenden op aarde. Is juist in Afrika, het continent met de meeste gezondheidsproblemen, de smartphone niet wijd verbreid en lopen ze juist daar niet voorop met digitaal betalen en e-health? 

Corinne Hinlopen van Wemos, de stichting die opkomt voor volksgezondheid wereldwijd, plaatst een kanttekening. ‘Wie e-health daar precies ten goede komt, is nooit goed onderzocht en ook niet wat de impact ervan is op de volksgezondheid. Je hebt indrukwekkend veel smartphones in Afrika in de steden en bij mensen die zich zo’n toestel kunnen veroorloven en ermee kunnen omgaan. Dat zijn niet per se de mensen die e-health het hardst nodig hebben.’ 

Behalve een geografische, moet ook een sociale afstand overbrugd worden. Sommige mensen hebben minder makkelijk toegang tot zorg dan anderen. Dat kan door armoede komen, door sociale achterstelling (kasten) of door taboes (bijvoorbeeld op hiv of psychische problemen). Zulke groepen zijn niet altijd makkelijk te detecteren, ook niet in Nederland. Hinlopen wijst op laaggeletterden die uit schaamte die handicap verbloemen. ‘Daar komt nu wel meer aandacht voor. Huisartsen worden erop getraind om signalen eerder te doorzien, bijvoorbeeld dat mensen zogenaamd steeds hun leesbril niet bij zich hebben.’ 

Mens blijft nodig

‘Ook in Nederland zijn nog steeds mensen die geen optimale zorg ontvangen, bijvoorbeeld omdat ze voorlichtingsteksten niet kunnen lezen.’ In lage- en middeninkomenslanden ligt het accent in het zorgaanbod sterk op ongelukken en ernstige ziekten, waardoor dergelijke groepen nog minder gemakkelijk ontdekt en geholpen kunnen worden. E-health lost dit probleem niet vanzelf op, vindt Hinlopen. ‘Want hoe weet iemand in de binnenlanden van Brazilië dat hij via een drone medicijnen kan krijgen? Wie schrijft ze voor? Wie betaalt ze? Iemand moet de levering in gang zetten. Maar als jij geen smartphone hebt…’

Ze is niet tegen e-health, integendeel. Maar die kan gezondheidswerkers niet vervangen, zoals wel eens wordt gesuggereerd. ‘Het is niet of/of, het is en/en. Gezondheidswerkers ter plekke zijn nodig om contact te leggen met de mensen die medische hulp het hardst nodig hebben. Zij moeten ervoor zorgen dat die mensen toegang krijgen tot die drone of die chat-app. Anders wordt de bestaande tweedeling tussen haves en havenots met e-health alleen maar vergroot.’

De WHO adviseert om die reden om niet alleen te investeren in technologie, maar ook in gezondheidswerkers. In ongeveer de helft van alle landen ligt het aantal gezondheidswerkers onder de door de WHO vastgestelde drempel (44,5 per 10.000 inwoners), waarbij de grootste tekorten zich voordoen in afgelegen gebieden. Dat is niet onoplosbaar, aldus de WHO. Zorg er bijvoorbeeld voor dat juist in die gebieden zorgopleidingen worden gevestigd. Maak medische stages in die gebieden verplicht en stel huizen en premies beschikbaar aan gezondheidswerkers die zich er vestigen. Dan kunnen mens en technologie samen ‘the last mile’ overbruggen.

Misschien vind je de volgende verhalen ook interessant

This post is also available in: Engels