Fiets

Nederland is een land van fietsers. Doodnormaal vinden we dat. Maar wij zijn uniek in de wereld met onze 22,5 miljoen fietsen op 16,9 miljoen mensen (CBS, 2015). Nergens wordt zoveel gefietst als hier.

Te dik

Obesitascijfers stijgen en het verkeer wordt steeds drukker. ‘In steden is de fiets een oplossing’, vinden de Canadezen Chris en Melissa Bruntlett in hun onlangs verschenen boek Building the Cycling City – The Dutch Blueprint for Urban Vitality.

Verschil

‘Een fiets kan een groot verschil maken in Afrika’, zegt Marieke de Wild van CooP-Africa, de stichting die fietsprojecten in Oeganda en Kenia organiseert. ‘In de dorpen moeten kinderen regelmatig 10 kilometer lopen naar school. Met de fiets zijn ze veel sneller, waardoor ze tijd overhouden voor huiswerk en om hun ouders te helpen.’

Schoner

Voor serieus klimaatbeleid moeten fietsers (en voetgangers) meer dan 50 procent van het verkeer in een stad uitmaken. Dat stelt Jaap Rijnsburger van Cycling Lab.

Adem

Een fietscultuur ontstaat niet zomaar, weet hoogleraar Ruth Oldenziel. ‘Je hebt als beleidsmaker een lange adem nodig. Eerst moet je goed begrijpen hoe jouw stad in elkaar zit.’
Longread 7 min


SLANK EN SCHOON


Gewoon bijzonder op de fiets

 


Fietsen is schoon en voor ons heel gewoon. Wie fietst, verplaatst zich zonder de lucht te vervuilen. Wie fietst, blijft slank. De hele wereld kan leren van wat voor ons gewoon is, Nederland = fietsland. DIF Report zet het allemaal op een rij.


FIETSEN IS ZO VERANKERD in onze cultuur, dat we bijna vergeten dat we een gidsland kunnen zijn voor de rest van de wereld. ‘Kopenhagen krijgt als fietsstad veel aandacht wereldwijd, maar Nederland is veel interessanter’, vindt Chris Bruntlett. ‘Jullie zijn het enige land waar er meer fietsen dan mensen zijn.’ Na hun verhuizing naar een huis vlakbij een treinstation in Vancouver besloten Chris en zijn vrouw Melissa in 2010 hun auto weg te doen. Om te zien of ze zonder konden. Die beslissing zou hun leven veranderen. Vanaf die dag zagen ze hoe gemakkelijk een fiets in de stad kon zijn. Ze gingen schrijven, fotograferen en filmen over autovrij leven via hun bedrijf Modacity en trokken de wereld rond naar steden waarin schoon vervoer de overhand had. 


Klimaat en beweging, fietsen vat die twee mooi samen


‘In Nederland zagen we veel steden, waarin de fiets een belangrijke plaats heeft’, zegt Melissa. ‘Daarom wilden we een blauwdruk maken. Over hoe de Nederlandse fietscultuur heeft kunnen ontstaan en wat de wereld daarvan kan leren.’


Klimaat en beweging

Onze fietscultuur is iets waar we best wat trotser op mogen zijn, vindt Ruth Oldenziel. Als hoogleraar Amerikaans-Europese techniekgeschiedenis aan de TU in Eindhoven doet ze de afgelopen jaren onderzoek naar fietsen. In het boek Cycling Cities: The European Experience (2016)heeft ze kennis over de Nederlandse en de Europese fietscultuur gebundeld. ‘Overal ter wereld is men bezig met het klimaat en beweging’, zegt ze. ‘Fietsen vat die twee mooi samen.’ Een jaar of tien geleden begon ze met een aantal collega’s met onderzoek naar de fietscultuur. ‘Een onderwerp om aan de man te brengen’, vond ze. ‘In ons boek vertalen we wetenschappelijk onderzoek naar beleid. Om beleidsmakers over de hele wereld te inspireren om na te denken over de rol van de fiets.’ 


Overal ter wereld willen mensen leren van de Nederlandse steden


Oldenziel is niet de enige die bezig is met het onderwerp. Melissa en Chris Bruntlett zien dat de aandacht voor hun boek groot is en Jaap Rijnsburger van Cycling Lab onderzoekt de klimaatwaarde van fietsen. Planoloog Marco te Brömmelstroetheeft zelfs het Urban Cycle Institute opgericht, waarin hij wetenschappelijk onderzoek naar fietsen verzameld en initieert. ‘Er was veel vraag vanuit het buitenland’, vertelt hij. ‘Wij kiezen zelf voor een sociaal-wetenschappelijke insteek, die is nog steeds vrij uniek in het veld.’ 


Fietsen maakt creatief

Te Brömmelstroet onderzoekt hoe elke dag fietsen de creativiteit kan verhogen en cognitieve vaardigheden kan verbeteren. ‘De eerste resultaten zijn veelbelovend’, meldt hij. Daarnaast is fietsen natuurlijk gezond, helemaal in een samenleving waarin wij steeds minder bewegen. En het is goedkoper én schoner dan andere vervoersmiddelen. In dat laatste is Jaap Rijnsburger van Cycling Lab geïnteresseerd. Hij werkt aan een proefschrift over de klimaatprestatie van fietsmobiliteit. De automobiliteit groeit wereldwijd immers dramatisch met de CO2-uitstoot als eerste probleem. 


Nederland vervuilt minder dan Amerika


Elektrisch rijden stoot weliswaar minder COuitmaar als dat wagenpark onbeperkt kan groeien, komen we grondstoffen voor de productie en weg- en parkeerruimte in de steden tekort.


Nog meer fietsen

‘Ik wil weten hoeveel er naast elektrisch vervoer nog gefietst moet worden om grote steden leefbaar te houden’, vertelt Rijnsburger. ‘Mijn stelling is dat minstens de helft van al het personenverkeer in een stad moet bestaan uit ongemotoriseerd verkeer, ofwel lopen en fietsen. In de Randstad is het aandeel fietsverkeer ongeveer 30 procent, dat moet dus omhoog naar die 50 procent.’ Hij onderzoekt in zijn woonplaats Gouda hoe je een grotere omslag kan maken van auto naar fiets. ‘Ik ben betrokken bij de invoering van een nieuw mobiliteitsplan van de gemeente met de ambitie om Fietsstad nummer 1 te worden. We stellen onszelf de vraag: met welke investeringen in fietsroutes en 30 km/u gebieden kun je het aandeel fietsen omhoog krijgen? Dat is een mooie casus voor mijn onderzoek.’ 


Schonere lucht

Ook nu al kun je de klimaatvoordelen van een fietsnatie zien, vindt Chris Bruntlett. ‘Je ziet simpelweg dat Nederland minder vervuilend is dan bijvoorbeeld Amerika.’ In Nederland hebben wij in 2014 ongeveer 9,8 ton CO2per persoon verbruikt tegenover Amerikanen in datzelfde jaar maar liefst 16 ton. Behalve die voordelen voor het klimaat kan fietsen in armere landen grote betekenis hebben. In Afrika ziet Marieke de Wild dat fietsen in de stedelijke omgeving een levensgevaarlijke uitdaging is, door het vele verkeer en de chaotische wegen. Maar in rurale gebieden brengt het de kwaliteit van leven snel omhoog. 


Vaker op tijd

‘Wij zien dat mensen heel veel baat hebben bij een fiets. Kinderen kunnen op de fiets sneller op school zijn en zorgmedewerkers sneller bij mensen thuis. Dankzij onze fietsambulances komen mensen vaker op tijd in het ziekenhuis aan.’ Wie zelf verantwoordelijk is voor zijn fiets, ze betalen de helft van de kosten zelf, gaat zorgvuldig ermee om. Maar de fiets blijft een eerste stap. Want wie rijker is, kiest toch sneller voor gemotoriseerd vervoer. 


Dat was in Nederland ook zo. In Cycling Citiesstaat een trendlijn afgebeeld. In de jaren 30 tot 60 van de vorige eeuw was het percentage fietsers het hoogst. Daarna werd de auto betaalbaar voor een steeds grotere groep en nam het fietsen af. Die neerval stagneerde in de jaren 70 toen minister-president Den Uyl tijdens de oliecrisis van 1973 maar liefst tien autoloze zondagen inlaste. Op straat ontstonden de eerste protesten tegen auto’s. 


Willen fietsen

In Amsterdam startten bijvoorbeeld Amsterdam Autovrij en Stop de Kindermoord een succesvolle lobby om de vele ongelukken op straat tegen te gaan. In dezelfde tijd werd de Fietsersbond opgericht. ‘Die aandacht vanuit de samenleving is essentieel geweest bij het ontstaan van de Nederlandse fietscultuur’, vindt Jaap Rijnsburger van Cycling Lab. ‘Met alleen een mooie infrastructuur ben je er niet. Je moet een ontwikkelde middenklasse hebben die geïnteresseerd is in fietsen en beleidsmakers die zich hard willen maken voor het onderwerp.’ Planoloog Marco te Brömmelstroetis het daar mee eens. ‘Mobiliteit is zo vervlochten met wie we zijn qua samenleving, hoe we met elkaar omgaan en hoe we de openbare ruimte benaderen. Dat kun je niet aan technische verkeerskunde overlaten.’ 

In Cycling Citieswordt beschreven hoe bijvoorbeeld Amsterdam, Enschede en Kopenhagen fietssteden konden worden. ‘We krijgen zelfs reacties vanuit Iran en Turkije’, vertelt Ruth Oldenziel. ‘Overal ter wereld willen mensen leren van de Nederlandse steden.’ Vijf factoren zijn volgens haar daarbij van essentieel belang. Hoe de ruimtelijke ordening is en de bebouwingsdichtheid, de mate van andere vervoermiddelen zoals motorrijtuigen, openbaar vervoer en lopen, het stedelijke verkeersbeleid en het effect van fietsactivisme en de culturele betekenis van wielrijden. 


Leren van kijken

Jaap Rijnsburger gelooft dat beleidsmakers naar Nederland kunnen kijken als voorbeeld, maar moeten beseffen dat onze overheid en maatschappij jarenlang beleid hebben gemaakt en aandacht hebben gegeven aan fietsen. ‘Wie wil beginnen, kan beter naar Duitsland kijken’, vindt hij. ‘Veel steden hebben daar trottoirs gemaakt. Daar moet je vervolgens geleidelijk fietsen gaan toelaten. Zo krijg je een systeem. In Duitsland heeft dat geleid tot fietsontwikkeling.’ Ruth Oldenziel vindt dat ook. ‘Wij zijn tegen het idee van zomaar fietspaden aanleggen. Een fietscultuur ontstaat niet zomaar.’ Ze ziet steeds meer beleidsmakers naar Nederland komen, nadat ze hun boek hebben gelezen. ‘Dan vragen ze ons “hoe doen jullie het?” Daar is geen eenduidig antwoord op. Ik vraag ze vaak eerst goed te kijken naar waar ze vandaan komen en te onderzoeken of er in Nederland een vergelijkbare stad is. Daar kun je van leren.’ 


Fietsen is hip

Daarbij gelooft Marieke de Wild van CooP-Africa dat het belangrijk is dat de fiets wereldwijd een hip imago krijgt of houdt. ‘Afrikanen kopen vaak een brommer als ze wat meer geld hebben’, vertelt ze. ‘Dat is iets sneller, maar het is vooral een statussymbool. We zien nu bij jongeren dat ze het gaaf vinden om een mountainbike te rijden; dat helpt natuurlijk.’ Want hoeveel klimaatvoordelen er ook zijn, dat is meestal niet een reden om te fietsen. Ruth Oldenziel vraagt regelmatig aan mensen waarom ze toch iedere dag op de fiets stappen. ‘Dan hoor je maar zelden dat het gaat om de CO2-uitstoot. De meeste mensen vinden het fijn om te bewegen en stappen voor hun plezier op de fiets. Dat moeten beleidsmakers altijd onthouden.’

This post is also available in: Engels