KLEINER VERSCHIL TUSSEN ARM EN RIJK

Hoe verslaan we de armoede

De kloof tussen arm en rijk blijft nog steeds groeien, ook zeggen rapporten van de UN dat het aantal mensen dat onder de armoedegrens leeft, afneemt. Volgens Novib/Oxfam bezit 1% van de mensheid meer dan 50% van de wereld en moet de andere 99% het met de rest doen. Toch zijn er tendensen dat daar verandering in komt.

Tekst: Roeland Muskens 

Fotografie: Marcel van der Vlugt

Model: Emily Jeanne @ Ulla Models

Stylist: Barbara Vollberg

Haar en make-up: Peter Dekker

Special effects make-up: Gerhard Vollberg

Ass. fotografie: Rose-Ieneke van Kalsbeek

Video: Michael Barzilay

#1. Regels tegen belastingontwijkers

Vroeger waren tegenstanders van belastingparadijzen roependen in de woestijn. Sinds Obama zich openlijk heeft uitgelaten over dit soort legale belastingontduiking (vergoelijkend belastingontwijking genoemd), komen steeds meer overheden ertegen in het geweer. Ook de OESO (de Europese organisatie voor economische samenwerking en ontwikkeling) heeft een begin gemaakt met maatregelen tegen de systemen die miljarden winst onbelast aan de samenleving onttrekken.

#2. Verbetering van ontwikkelingshulp

Ontwikkelingshulp wordt in veel gevallen efficiënter en duurzamer. Arme landen worden kritischer op de besteding, corruptie wordt verminderd en met betere technologie kunnen we steeds preciezer het effect van hulp meten. Veel geld van ontwikkelingshulp wordt nu besteed om de handel te bevorderen of het kleine bedrijfsleven te ondersteunen. Daardoor verbetert de situatie van arme mensen op langere termijn.

#3. Opkomst van fairtrade

Fair Trade is nu nog maar een klein aandeel van de totale wereldhandel, maar nu de wereld door verbeterde communicatie als internet kleiner wordt, wordt de wereld ook kleiner en wordt steeds meer unfaire tussenhandel uitgeschakeld. Ook bij de consument groeit het besef dat eerlijke koffie of chocolade nu eenmaal beter smaakt, omdat deze niet is geplukt door slaven. En consumentendruk zorgt ook voor betere arbeids- en leefomstandigheden.

#4. Effectief altruïsme

Er is niets mis met geld doneren aan bestaande ontwikkelingsorganisaties of ervoor werken als vrijwilliger. Het is ook leuk om je eigen do-good-project te beginnen, een toenemende trend. Er zijn zelfs organisaties die jouw altruïsme kritisch volgen en tot zijn recht laten komen. Dit noemen we Effectief Altruïsme.

#5. Superrijken met een geweten

Ook de superrijken (42 mensen hebben samen net zo veel geld als de armste 3,7 miljard) lijken steeds meer te beseffen dat ze met hun enorme vermogen een morele verplichting hebben om iets te doen aan een betere wereld. Roeland Muskens beschrijft dat hieronder.

Bestrijd geen armoede, bestrijd rijkdom!

Het aandeel van de rijkste één procent (of beter 0,1% of nog liever 0,01%) van de bevolking in de totale economie neemt toe. De acht rijkste mensen ter wereld bezitten samen even veel als de armste helft van de wereldbevolking, zo berekende Oxfam vorig jaar. Terwijl de wereld staat te klappen wanneer een multimiljardair besluit een deel van zijn fortuin weg te geven, zouden wij eigenlijk de vraag moeten stellen in hoeverre het überhaupt te rechtvaardigen valt een kapitaal van zeg 100 miljoen euro vergaren. Kan dat wel eerlijk of rechtvaardig zijn? En waarom gebeurt daar niks tegen?

Ongelijkheid is niet alleen wrang, het ondermijnt de stabiliteit in samenlevingen. 

Econoom en Nobelprijswinnaar Joseph Stiglitz bepleitte om die reden een gelijkheidsdoel in de rij van Duurzame Ontwikkelingsdoelen. Elk land zou de verplichting moeten hebben te voorkomen dat in 2030 de rijkste 10 procent van de bevolking méér bezit dan de armste 40 procent.

De Franse econoom Piketty pleit voor belasting op vermogen. Dat zou exponentieel moeten oplopen van een half procent belasting op vermogens van meer dan 200 duizend euro. Voorlopig krijgen de beide economen de handen nauwelijks op elkaar voor hun voorstellen.

The Giving Pledge

Samen met collega-miljardair Warren Buffett startte Bill Gates in 2010 ‘The Giving Pledge’. Dit initiatief roept miljardairs overal ter wereld op om het grootste gedeelte van hun fortuin gedurende hun leven weg te geven aan goede doelen. Inmiddels hebben 184 1.000.000.000-plussers de pledge ondertekend. De totale rijkdom van deze 184 bedraagt zo’n 635 miljard euro. Goede doelen overal ter wereld kunnen de komende zeg twintig jaar (miljardairs zijn over het algemeen niet de jongsten) honderden miljarden tegemoet zien. 

Zelfs Amazon-oprichter Jeff Bezos die tot nu toe immuun leek voor de lokroep van Gates en Buffett, lijkt gewonnen voor het idee van big philantropy. Bezos maakte half september bekend twee miljard te steken in het One Day Fund, bedoeld om dakloze gezinnen te helpen.

Voel je rijk!

Rijk of arm; dat is (ook) een relatieve kwestie. Vergeleken met Dagobert Duck zijn we allemaal arm. Maar hoe doen we het eigenlijk als we onze rijkdom afzetten tegen de rest van de wereld? Er zijn tegenwoordig sites waar je de hoogte van je inkomen en de nettowaarde van je bezittingen kunt intikken om dat te zien. Wil je je rijk voelen? Ga dan bijvoorbeeld naar: globalrichlist.com. Om in de top 0,1% te horen moet je zo’n 6 ton netto per jaar verdienen (of 12 miljoen euro op de bank hebben staan).

Hoe rijk ben jij? Waar sta jij op de wereldladder van rijkste mensen. Doe de test op deze link

LONGREAD 4 MIN

GELD BETER WEGGEVEN

Een miljard euro? Geef het weg!

Je hoort steeds vaker dat multimiljonairs en miljardairs besluiten een deel van hun fortuin te besteden aan goede doelen. Bill Gates, Mark Zuckerberg en Warren Buffett doen dat. En in Nederland kennen we onder andere de fondsen van de families Brenninkmeijer en Fentener van Vlissingen. Applaus. Maar hoe zit het eigenlijk met de transparantie van die fondsen? En hoe invloedrijk zijn die Dagobert Ducks? Hoort hun goede geefgeld eigenlijk niet in de schatkist van het Rijk thuis?

Afgelopen zomer, tijdens het jaarlijkse Aspen Ideas Festival, gooide Stanford-professor Rob Reich de knuppel in het hoenderhok: “Big philantropy tast de fundamenten van de democratische rechtsstaat aan.” Even ging een schok door de zaal. Het jaarlijkse Aspen Ideas Festival trekt behalve wetenschappers en medewerkers van niet-gouvernementele organisaties bij uitstek de stafmedewerkers van de Bill and Melinda Gates Foundation en andere private goede-doelenorganisaties. De toehoorders waren lezingen gewend zoals: ‘The transformative power of Philantropy’ en ‘It takes guts to give’. En nu ineens een Stanford professor die het had over de dangerous liaison tussen filantropie en democratie?

Hoe invloedrijk zijn de Dagobert Ducks?

Reich kwam met argumenten. De grote filantropische stichtingen, zo zei Reich, hebben met hun geld grote macht verworven op en in de beleidsterreinen waar ze zich in begeven. “Bill Gates wordt overal ter wereld ontvangen of hij een staatshoofd is.” Deze macht onttrekt zich aan elke democratische controle en holt daarmee de democratie uit. 

Reich windt er geen doekjes om: “De moderne filantropische stichtingen zijn misschien wel de minst accountable en minst transparante instituties die we hebben in onze democratische samenleving.” Protest klonk in het publiek van Aspen. In plaats van dankbaar ja en amen te zeggen tegen de miljoenen van Gates c.s., zo ging Reich door, zouden we “…filantropie moeten beschouwen als een vorm van machtsuitoefening en als een plutocratische activiteit.” Wantrouwen in plaats van dankbaarheid is op z’n plaats.

Kasteel in Frankrijk

De geefgelden zijn ook nog eens een sigaar uit eigen doos, zegt Reich. Hij vertelde aan de toehoorders in Aspen het verhaal over de start van de Open Society Foundation van miljardair George Soros, 25 jaar geleden. Tijdens een van de eerste bijeenkomsten van de nieuwe organisatie discussieerden de stafleden met Soros over de thema’s waar de organisatie zich op zou gaan richten. Op een gegeven moment was Soros de discussies zat, sloeg met zijn vuist op tafel en zei: “Uiteindelijk is het mijn geld en bepaal ik wat ermee gedaan wordt.” Waarop een medewerker opstond en kalmpjes zei: “Neem me niet kwalijk, meneer Soros, maar ongeveer de helft van het geld in de stichting zou in de schatkist van de overheid zitten, als u niet had besloten het in de stichting te stoppen. Dus misschien is het niet zo gek, als ook anderen er iets over te zeggen hebben.”

Reich wil ermee zeggen dat de meeste miljardairs vrijwel geen belasting betalen. Ze sluizen hun inkomsten weg via belastingparadijzen en de rest stoppen ze in een stichting, belastingvrij. De bijdrage aan collectieve voorzieningen door superrijken is vrijwel nul. De vraag is wat beter is voor de samenleving: de miljardair die een jacht of een kasteel in Frankrijk koopt of de miljardair die dat geld stopt in een liefdadigheidsstichting? Reich: “Je weet dat zo’n kasteel in Frankrijk in ieder geval is betaald met geld waar belasting over is betaald!”

Zwaan-kleef-aan

De vraag is natuurlijk hoe erg het is dat rijke individuen geld geven aan dingen die zij belangrijk vinden. Toch wel een beetje, beamen onder andere Jens Martens en Karolin Seitz van het Global Policy Forum. De onderzoekers signaleren in hun rapport Philanthropic Power and Development – Who shapes the agenda een zwaan-kleef-aan-dynamiek, waarbij hele sectoren zich voegen naar de voorkeuren van vrijgevige miljardairs. Zo is het voor organisaties in de gezondheidszorg erg verleidelijk om programma’s te ontwikkelen die focussen op vaccinaties en op hiv/aids, twee thema’s die de warme belangstelling hebben van Bill en Melinda Gates. En niet alleen de kleinere organisaties voegen zich naar de voorkeuren van de grote Foundations. Ook binnen grote organisaties klinkt de stem en de invloed van Gates door. 

Martens en Seitz noemen de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) die miljarden kreeg van de Gates Foundation. De invloed van Gates is, zo stellen de auteurs, verantwoordelijk voor de verminderde aandacht van de WHO voor ‘Global Health Emergencies’ hetgeen deels het zwakke optreden van de WHO kan verklaren tijdens de Ebola-uitbraak in 2014.

Ook op het gebied van landbouw gaat het zo, zeggen Martens en Seitz. Zowel de Rockefeller Foundation als Bill en Melinda Gates geloven heilig in ‘quick fixes’ voor het wereldvoedselvraagstuk. Zij zijn een drijvende kracht achter de push om de Afrikaanse landbouw te ‘moderniseren’, inclusief het gebruik van genetisch gemodificeerde gewassen. Vrees is dat deze inspanningen ten koste zullen gaan van beleid om de kleinschalige familielandbouw in Afrika te ondersteunen. 

Risico’s

Behalve de overmatige invloed van miljardairs op het beleid en de politieke agenda signaleren Martens en Seitz drie andere risico’s. Ten eerste hanteren de meeste grote filantropen in hun stichtingen veelal een business-model met nadruk op snelle resultaten in plaats van systeemverandering met langetermijnperspectief. Gebrek aan transparantie en ‘accountability’ van de Foundations is het tweede risico. Want hoewel de fondsen grote invloed hebben op het beleid in de sectoren waarin zij opereren, hoeven zij niet of nauwelijks publieke verantwoording af te leggen. Vaak is er alleen maar een ‘Raad van Bestuur’ of een ‘Board of Trusties’ die enigszins controle uitoefenen. In het geval van de Bill and Melinda Gates Foundation bestaat die board uit Bill en Melinda zelf, aangevuld met collega-miljardair Warren Buffett.

Een derde risico is dat de grote fondsen zorgen voor fragmentatie en verzwakking van ‘global governance’. Grote filantropische fondsen zijn namelijk de drijvende kracht achter wereldwijde, ‘multi-stakeholder’ allianties (zoals de Children’s Vaccine Alliance, de TB Alliance en ‘Scaling Up Nutrition’). De snelle toename van de omvang en de grootte van deze allianties verzwakken de kracht van de grote multinationale (VN) organisaties en bovendien vormen ze een bedreiging voor de ontwikkelingsstrategieën van individuele landen.

Zijn er manieren waarop de grote filantropen hun geld wél schadevrij kunnen weggegeven? Dif skypete met Reich. “Zeker”, zei hij. “Ze kunnen hun hulp richten op projecten die experimenteel en innovatief zijn en bovendien op de lange termijn gericht zijn. Ik noem dat ‘social discovery’. Dáár zit hun niche. Zowel de politiek als de marktpartijen focussen veel meer op de kortere termijn en op projecten waarvan de uitkomst zeker is. De politiek doet dat omdat ze te maken hebben met een beperkte termijn waarin ze in office zijn. In die periode willen ze iets bereiken. En de commercie heeft te maken met de belangen van investeerders die ook op relatief korte termijn rendement willen zien. Filantropen kunnen zich dus nuttig maken door sociale innovatie te financieren waarbij effecten niet binnen de tien of twintig jaar worden verwacht. Als ze succes hebben, dan mogen ze die – bescheiden! – voorleggen in het publieke domein voor follow up.”

Een aanrader van Dif: Rob Reichs boek “Just Giving – Why Philanthropy Is Failing Democracy and How It Can Do Better” (Princeton University Press, 2018).

Misschien is dit ook interessant

This post is also available in: Engels